Dividend uitkeren

In het nieuwe BV-recht (Wet vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht) wordt het bestuur van de vennootschap verplicht om bij een dividenduitkering na te gaan of deze, gelet op de belangen van de BV en schuldeisers, verantwoord is. De geoorloofdheid van een uitkering wordt in de praktijk beoordeeld aan de hand van een balanstest en een uitkeringstoets.

Volgens de balanstest mag door een dividenduitkering het eigen vermogen niet lager worden dan de wettelijke en statutaire reserves.

De uitkeringstoets houdt in dat het bestuur beoordeelt of de vennootschap na de uitkering kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Het beste inzicht hierin kan worden verkregen door een schatting van de toekomstige kasstromen te maken (liquiditeitsprognose). Het is ook mogelijk dat het bestuur voldoende inzicht heeft in de verwachte liquiditeit op basis van beschikbare informatie als de recente jaarrekening en de lopende administratie (denk aan een onderneming met een stabiele winst en een liquiditeitsoverschot dat niet nodig is voor de operationele bedrijfsactiviteiten).

Naast de (verplichte) balanstest en uitkeringstoets is het ook aan te bevelen om te kijken naar de verhouding tussen het eigen vermogen van de onderneming ten opzichte van het vreemde vermogen na dividenduitkering (zgn. solvabiliteitsratio). De solvabiliteit kan inzicht bieden in de mate waarin de vennootschap aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De solvabiliteitsratio wordt bijvoorbeeld door de bank gebruikt als bij een kredietaanvraag. Onze ervaring leert dat banken een onderneming voldoende gezond vinden bij een solvabiliteitsratio van 30%.

Bent u er niet zeker van of een dividenduitkering verstandig is neem kan contact met ons op. Dan kunnen wij samen kijken naar de mogelijkheden.

By | 2016-10-17T10:34:52+00:00 juli 30th, 2015|Categories: Belastingdienst, Dividend|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment