Belastingherziening – box 3

herzieningVorige week heeft staatssecretaris van Financiën Wiebes een brief naar de 2e kamer gestuurd met daarin de hoofdlijnen van de beoogde belastingherziening.

Een onderdeel van de plannen is een aanpassing van de vermogensrendementsheffing (box 3). Bij de invoering in 2001 in de volksmond nog de “pretbox” genoemd omdat de werkelijke rendementen toen nog (ruim) boven het fictieve rendement van 4% lagen. De afgelopen jaren is de pret er echter aardig vanaf gegaan door de alsmaar dalende rendementen op met name spaargeld. Bij 1% rente op spaargeld is de belastingdruk 120%! Een regelrechte ‘horrorbox’, nog los van de inflatie!

Een reden voor invoering van box 3 destijds was de eenvoud, maar de rechtvaardigheid ervan is inmiddels ver te zoeken. De wetgever is recent door de Hoge Raad al op de vingers getikt dat de heffing in strijd kan zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als het rendement van 4% over een langere periode niet gehaald wordt. Den Haag is dus wel genoodzaakt om met een alternatief te komen.

Het idee is vooralsnog dat er een onderscheid gemaakt gaat worden in een aantal vermogenscategorieën, zoals sparen, beleggen en onroerend goed. Per categorie wordt er vervolgens geheven op basis van in de markt gerealiseerde rendementen, welke periodiek worden herijkt. Er wordt nog gekeken of een uitvoerbare tegenbewijsregeling mogelijk is.

Wat ik tot nu toe gelezen heb van het voorstel komt op mij allerminst voor als een vereenvoudiging, een doelstelling die al jarenlang wordt gepropageerd maar waar nog bitter weinig van terecht gekomen is. Mede gelet op de diversiteit aan financiële producten wens ik de kamer veel succes bij het bepalen van het te hanteren rendement en de vormgeving van een tegenbewijsregeling. Ik ben benieuwd of er met Prinsjesdag een werkbaar voorstel ligt..

By | 2016-10-17T10:34:52+00:00 juni 29th, 2015|Categories: Belastingherziening, Box 3|0 Comments

About the Author:

Leave A Comment